Sessie Digitale vaardigheden en de impact op de maatschappij 15 oktober 2021

De online sessie van vrijdag 15 oktober van de Digitale Binnenhof Academy ging over ‘digitale vaardigheden en de impact op de Nederlandse maatschappij”. In deze sessie werd inzichtelijk gemaakt hoe digitale vaardigheden in alle lagen van de samenleving van belang zijn en welke uitdagingen er liggen.

Prof.dr.ing Alexander van Deursen, hoogleraar communicatiewetenschap aan de Universiteit Twente met als aandachtsgebied digitale inclusie, en Prof. Dr. Bas ter Weel, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek verzorgden de keynotes van deze sessie.

Outline 
Arie van Bellen, directeur ECP| Platform voor de InformatieSamenleving, introduceert de uitgangspunten van de Digitale Binnenhof Academy en licht de vraaggestuurde basis voor de opzet programmering toe. Als er vanuit de deelnemers een verdieping gevraagd wordt op een onderwerp, dan kan dat gefaciliteerd worden. Uiteindelijk gaat het voor de Digitale Binnenhof Academy om een gezamenlijk belang van kennisniveau van politici en hun fractiemedewerkers.

Keynote Prof.dr.ing Alexander van Deursen 

Alexander van Deursen is hoogleraar Communicatiewetenschap met leerstoel Digitale inclusie aan de Universiteit Twente. Hij is voorzitter van de vakgroep Communicatiewetenschap en directeur van het centrum voor digitale inclusie. Met dit centrum richt hij zich op het identificeren en verklaren van digitale inclusie mechanismen; op het in kaart brengen van de voordelen en risico’s van technologie; op het identificeren van groepen die dreigen buiten de boot te vallen; op het formuleren van beleidsmaatregelen en interventies en op het evalueren van best practices. Alexander heeft gastposities aan de London School of Economics and Political Science en aan Arizona State University.Digitale inclusie onder de Nederlandse bevolking – de rol van digitale vaardigheden
Voordat men toegang tot het internet heeft moet men een motivatie hebben, de juiste middelen en vaardigheden hebben en omgangsvormen kennen. Dit kan weergegeven worden in een procesmodel. Het wel of niet kunnen ervaren van risico’s/voordelen van internet is dus ten dele afhankelijk digitale vaardigheden. Deze zijn nodig om met internet om te kunnen gaan en het te kunnen inzetten voor een inhoudelijk doel.Digitale vaardigheden zijn op te delen in content creatie, communicatie, informatie en operationele vaardigheden, zowel kritisch als functioneel. Onderzoek toont aan dat Nederland laag scoort op het kritische component, anders gezegd het hebben van digitaal bewustzijn. Hier is nog weinig aandacht voor in onderzoek en beleid. Om digitaal bewustzijn te verhogen moet een inclusieve omgeving ontworpen worden, die diverse groepen het gemakkelijk maakt om gebruikt te maken van digitale diensten en inzicht geeft in de consequenties van dit gebruik. Ontwikkelaars, en hun training in ethiek, spelen dus een belangrijke rol.

Er is sprake van een ongelijke verdeling in de maatschappij betreft digitale vaardigheden, afhankelijk van opleiding en leeftijd. Laagopgeleiden scoren zowel laag op functionele als kritische vaardigheden. Opvallend is dat ouderen over het algemeen lager scoren, maar als zij functioneel meer vaardigheden ontwikkelen zij op het bewustzijn (de kritische vaardigheden) veel hoger scoren dan jongeren.

Maatregelen om digitale vaardigheid te vergroten vereisen maatwerk per sociaaleconomische groep. Effectieve interventies op het gebied van digitale inclusie vereist daarbij een multi-stakeholder aanpak. Tot slot moet regulier geëvalueerd worden welke maatregelen wel of niet werken.  Er is meer onderzoek nodig naar digitale vaardigheden, daarbij ook platform overstijgend onderzoek. Zeker omdat nieuwe technologie nieuwe uitdagingen opwerpen en andere vaardigheden zullen eisen. De consequenties van beperkte digitale vaardigheden worden mogelijk steeds groter

Keynote Prof.dr. Bas ter Weel
Bas ter Weel is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek. Hij is tevens hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Ter Weel studeerde economie aan de Universiteit Maastricht en promoveerde aan dezelfde universiteit in 2002 op het proefschrift The Computerization of the Labour Market. Vervolgens heeft hij een aantal jaren als universitair docent gewerkt, alvorens over te stappen naar de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Vanaf eind 2007 heeft Bas bij het Centraal Planbureau (CPB) gewerkt als hoofd internationale economie (2007-2010), hoofd arbeid en onderwijs (2010-2013) en vanaf 2013 als onderdirecteur. In de periode vanaf 2007 tot zijn aanstelling bij SEO is hij parttime verbonden geweest aan de Universiteit Maastricht. Eerst als senior onderzoeker en vanaf 2011 als hoogleraar economie.

De impact van nieuwe technologie – de vraag naar een organisatie van werk
Discussie over de effecten van technologie op werk. Wat zijn de feiten?

  • Door robotisering verdwijnen banen, maar ontstaan ook nieuwe banen.
  • De digitale transitie maakt afstand niet irrelevant, we maken wel een stap naar hybride werken. Vooral ook omdat interactieve taken van toenemend belang worden op de arbeidsmarkt.
  • Angst en optimisme over nieuwe technologie en robots
  • Traject control: technologie/robot neemt taken over van de mens (zwaar/gevaarlijk/saai/vies werk verdwijnt voor de mens en er vinden minder ongelukken/fouten plaats op het werk).
  • Intelligent control: technologie/robot ondersteunt bij het uitvoeren van taken (voorbeelden zijn prothesen om weer te lopen of systemen in auto’s om mensen alert te houden en te helpen)..
  • Human enhancement: technologie/robot verbetert de uitvoering door de mens en door de oudere technologie (voorbeelden zijn de DaVinci robot voor prostaatoperaties of algoritmes die ‘’vraag en aanbod’’ bij elkaar brengen en informatie structureren/beveiligen).

Impact van nieuwe technologie op productiviteit:

  • Nieuwe technologie leidt tot hogere productiviteit en hoger nationaal inkomen/vraag naar goederen en diensten. Er is sprake van complementariteit tussen mens en technologie (voorbeelden: algoritmen lossen problemen op een intelligentere manier op, auto’s worden efficiënter)
  • We werken anders, maar hebben geen last van robotisering of nieuwe technologie.

Impact van nieuwe technologie op banen:

  • Veel nieuwe banen hogere arbeidsmarktsegment (vooral toename analytische/interactieve banen)
  • Minder banen midden arbeidsmarktsegment (vooral administratieve/mbo/routinematige banen nemen af, voornamelijk jongeren/mannen/mensen met een migratieachtergrond hebben hier last van)
  • Veel nieuwe banen lagere arbeidsmarktsegment (vooral toename persoonlijke dienstensector door opkomst platformeconomie)

Hoe ziet de arbeidsmarkt van de toekomst eruit (zie eindrapport commissie Borstlap)

  • Steeds hoger opgeleid dus sturen op creativiteit, interpersoonlijke en analytische vaardigheden.
  • Nieuwe kennis en vaardigheden worden nodig (waaronder complementair aan technologie) à dus behoefte aan nieuwe vakinhoudelijke kennis.
  • Werkenden hebben behoefte aan vrijheid en flexibiliteit à dus leven lang leren.

Implicaties nieuwe technologie voor de overheid:

  • Het creëren van nieuwe (toekomst bestendige) banen en het ontwikkelen van de juiste vaardigheden vergen investeringen die de markt niet kan dragen. Deze investering verdient zicht terug door de verhoogde productiviteit.
  • Werknemers onder aan de arbeidsmarkt moeten contractueel en fysiek beschermd worden en sociale zekerheid geboden worden. Mogelijk neemt de sociale ongelijkheid nader toe.
  • Arbeid wordt hoog belast wat automatisering aantrekkelijk maakt. Een evenwichtige belasting van arbeid en kapitaal is wenselijk.

Wilt u meer achtergrond over dit onderwerp nalezen, zie hieronder enkele suggesties: